Ik verlies mijn haar, maar niet mijn staart

Ik verlies mijn haar, maar niet mijn staart

Dit bericht plaatste ik op 29 juni 2021 op mijn socials. Het bericht ging een soort van viraal. Ik kreeg zelfs reacties van mensen die ik niet kende. Het was overweldigend, in alle opzichten.  

Deze meermin verdronk bijna, in de afgelopen vier weken. In weggestopte zorgen, angst en andere emoties. Ik zat in een achtbaan, in een hyperloop, met loopings die snel achter elkaar kwamen. En nu heb ik eindelijk een diagnose. En die is hard en rauw en eng. Het komende halfjaar wordt erg zwaar voor mij en mijn gezin.

Hoewel het op de sociale media (gezien mijn nominatie voor de Thea Beckmanprijs) lijkt alsof ik alleen maar leuke dingen meemaak, is dat beslist niet het geval. Op socials ben je nooit helemaal jezelf. Je bent het personage dat je zelf neerzet. En juist dat – het mezelf zien als een personage van een boek – heeft er misschien wel voor gezorgd dat ik de afgelopen periode zo sterk doorgekomen ben. Meerminnen verdrinken niet. Daar houd ik mezelf aan vast.

Meerminnen verdrinken niet

Ik leid al ruim een jaar aan veel vage gezondheidsklachten, zoals een gekmakende, allesoverheersende chronische jeuk en nachtzweten. De huisarts bagatelliseerde dat een beetje en concentreerde zich erg op de symptomen – daar kwam ik niet veel verder mee. Maar sinds februari was er die grote, harde bobbel bij mijn sleutelbeen. Vlak bij het ‘v-tje’ waar je je slikbeweging maakt. Ik heb daar eigenlijk niemand over verteld en ging er in mei pas mee naar de huisarts. Een goede, veel te jonge vriendin was namelijk overleden. Ik had daar heel veel verdriet van, maar het zette me ook met twee benen op de grond: ik bedacht dat bobbeltjes, óók op jonge leeftijd, niet onschuldig hoeven te zijn.

Meteen nadat ik met ‘de bult’ naar de huisarts ging is mijn leven in een medische achtbaan terechtgekomen. Een uur na de echo in het ziekenhuis kwam het telefoontje: ‘Niet goed. Er zitten nog meer dikke lymfeklieren onder het sleutelbeen. Je moet op zo kort mogelijke termijn naar een internist.’ Dat telefoontje kwam een halfuur nadat ik euforisch had bekendgemaakt dat mijn historische roman Meerminnen verdrinken niet op de shortlist van de Thea Beckmanprijs stond. Ik stortte van het dak van de boekenhemel naar de diepste krochten van de oceaan.

Zo belandde ik binnen twee dagen bij een internist en er volgden in de weken daarna een bloed- en urineonderzoek, een onderzoek bij de KNO-arts, een CT-scan van hals, borst en buik en een punctie van ‘de bult’.

De bloeduitslagen en CT-scan brachten geen goede uitslag. De scan bracht nog veel meer dikke lymfeklieren aan het licht: onder mijn borstbeen. En het bloedonderzoek sloot uit dat mijn lymfeklieren zo dik waren door infectieziekten of virussen. Ik werd halsoverkop binnen vier dagen ingepland voor een PET-scan van het hele lichaam.

Het was natuurlijk fantastisch dat ik zo’n vipbehandeling in het ziekenhuis kreeg, maar het was ook heel beangstigend.

Kwaadaardig

Al die onderzoeken vonden plaats over een periode van tweeënhalve week. Het was natuurlijk fantastisch dat ik zo’n vipbehandeling in het ziekenhuis kreeg, maar het was ook heel beangstigend. Waarom propten ze me, ondanks corona, overal tussendoor? Waarom moest alles op zulke korte termijn? Waarom bleef de internist telkens maar hameren op ‘We moeten uitsluiten dat dit kwaadaardig is’?

Het radioactieve suiker liet met de PET-scan diverse klieren in mijn hals (aan beide kanten), bij mijn sleutelbeen en onder het borstbeen oplichten. Niet goed, dacht ik.

‘De PET-scan liegt niet. We gaan uit van kwaadaardig tot het tegendeel bewezen is’, zei mijn internist. Helaas kwam er onvoldoende uit de punctie. ‘Ik stuur je door naar een oncoloog en er moet een lymfeklier uit. Op de OK. Onder algehele narcose.’ De oceaan bleek nog dieper te zijn dan ik had gedacht en deze meermin huilde een oceaan vol zilte tranen.

De dag erna al kreeg ik een oproep van de chirurg. Of ik dezelfde dag nog naar het ziekenhuis wilde komen voor een intakegesprek? En zo werd ik op een vrijdagmiddag op een leeg OK-plekje gezet meteen die maandag erna. Dan zou er een biopt worden genomen. Het biopt zou het laatste puzzelstukje zijn. Het zou vertellen welke lymfeklierziekte ik heb.

De dag van de operatie was zwaar. Ik was alleen, wegens corona. Er was uitloop op de OK. Heel veel uitloop. En toen kwam er nog een spoedje. Uiteindelijk werd ik pas zes uur later geopereerd. In de dagen erna kwam ik mezelf flink tegen. Niet alleen vanwege de ingreep. De algehele narcose maakte dat het voelde alsof ik met mijn hoofd onder water zat.

En gisterenmiddag was het zover. Het biopt had vijf dagen op kweek gestaan. Ik werd ’s morgens nog gebeld door het ziekenhuis: of ik een uurtje eerder wilde komen dan mijn afspraak bij de internist-oncoloog-hematoloog? Ze wilden nog wat longfoto’s maken. Niet goed, dacht ik.

Ik heb lymfeklierkanker. De ziekte van Hodgkin, fase 2B.

En toen was daar eindelijk de diagnose. En de waarheid is hard en rauw en eng. Ik heb lymfeklierkanker. De ziekte van Hodgkin, fase 2B. Wat vanaf meteen deze week volgt is een behandelingstraject van in ieder geval vijf maanden. We gaan voor genezing. Ik heb een goede kans. De eerste chemokuur begint volgende week woensdag. Ik zal daarbij al mijn haar verliezen op korte termijn. Ik verlies mijn haar, maar niet mijn staart. Meerminnen verdrinken niet.

Dit verhaal publiceerde ik op 29 juni 2021 op Facebook , Instagram en LinkedIn. Het staat ook, met nog heel veel nieuwe verhalen, in het boek Bijna iedereen heeft kanker.

Over de schrijver
SASKIA MAASKANT (1981) is auteur, columnist, blogger en spreker. Haar vierde jeugdroman 'Meerminnen verdrinken niet' (2020) werd genomineerd voor de Archeon Thea Beckmanprijs 2021. In juni 2021 kreeg ze de diagnose hodgkin. In november 2022 verschijnt 'Bijna iedereen heeft kanker' : een bundel vol avonturen. Verhalen met een onverwachte twist, een lach én een traan. En, vooruit, ook nog wat andere dingen die kanker misschien wel ietsje minder eng en vooral bespreekbaarder maken. De extraatjes met een ‘k’ maken dit boek tot een essentiële aanwinst voor de boekenkast (en misschien ook wel keukenkast).
Reactie plaatsen